Ziektes en ongedierte bij kamerplanten

Kamerplanten verzorgen is meer dan alleen de goede lichtbehoefte en niet te veel en niet te weinig water geven. Kamerplanten zijn schoonheden van groen en kleur maar daar komen helaas ook onheilspellende zaken op af. Bijvoorbeeld de bladluis of de meeldauw. Ziektes en plagen zijn niet vreemd bij de kamerplant. Meestal komt dat omdat de plant niet al te goed verzorgd wordt. Dat is een van de redenen waarom ongedierte graag op de verzwakte plant afkomt. Een andere reden kan zijn dat je huisdieren hebt. Die kunnen ook kwalijke zaken aan je planten doorgeven. Houd dus altijd je planten goed in de gaten.

Een goede plantendokter kijkt onderop het blad

Een van de makkelijkste manieren om je planten snel te onderzoeken, is door gewoon aan de onderkant van de bladeren te kijken. Dat hoeft niet elke dag, maar een keer per week is wel verstandig. Zo ben je er altijd op tijd bij wanneer ongedierte je planten gaat bezetten. Is dat ongedierte al verspreid over de hele plant, dan is het vaak echt al te laat. Merk je in een beginstadium dat een van je planten is aangetast? Dan is het zaak om in actie te komen, natuurlijk. Maar ja, herken eerst maar eens welke ziekte je plant heeft en dan hoe je die ziekte kunt bestrijden.

Maak van een zieke plant geen besmettingshaard

Zoals voor alles geldt: beter proactief je planten gezond houden dan die moeten genezen. Het belangrijkste voor het welzijn van je kamerplanten is dat je ze zo ver mogelijk van besmetting moet houden. Dat kan heel eenvoudig door ze vooral niet op de tocht te zetten. En daarna door elke week even de bladeren te checken. Kom je een zieke plant tegen? Doe die dan in quarantaine. Met andere woorden: zet de zieke kamerplant zo ver mogelijk van je andere planten, liefst buiten, als de zieke plant daar tegen kan. Zo houd je de besmettingshaard ver van je gezonde planten. Vooral bij planten die last hebben van spint, werkt dit goed.

Tips om zieke planten overeind te krijgen

Ga aan de slag met een watersproeier. Vul deze met lauw water. Dek de grond in de pot eerst goed af en zet, indien die mogelijkheid er is, de waterstraal op redelijk hard. Handig is het om de zieke plant even buiten te zetten zodat je kamer niet nat wordt. Met de sproeier bewerk je de bladeren zodat je het ongedierte er letterlijk af spuit. Een klein beetje groene zeep zou je kunnen toevoegen aan je water. De kleine beestjes op je plant zijn daar niet van gediend en verwijder je zo gemakkelijker. De groene zeep tast je plant verder niet echt aan.

Wegsnijden en pot reinigen

Helpt deze strakke plantendouche niet echt? Dan is een chirurgische handeling nodig. In dat geval snijd je de bladeren weg die er aangetast uitzien. Dat maakt de plant ietwat dunner in het begin. Maar zo geeft de plant wel meer energie door naar de andere bladeren die kunnen versterken of zelfs, indien ook al ietwat aangetast, kunnen herstellen. En als derde tip ga je de sierpot bewerken waar de plant in staat. Haal de plant er met de kweekpot uit en reinig de sierpot naar behoren. Zit de plant al in de sierpot zelf? Pot hem dan over in een andere sierpot die je eerst helemaal schoonmaakt.

Luis en spint

Het aantal plagen dat je kamerplanten kan overkomen, lijkt oneindig. Maar er zijn wel een stuk of wat die algemeen voorkomen. Ten eerste is dat de bladluis. Deze minieme jongens zuigen het sap uit de bladeren. Je ziet ze aan de onderkant van het blad. Gewoon wegsproeien, die enge rakkers. Familie van de bladluis is de dopluis. Die is wat weerbaarder en heeft een bruin tintje. Flink sproeien of de plant een tijdje helemaal onder water zetten, helpt. Net als de bladluis is ook het spint een echt vampierzuigertje. Je herkent spint aan de spinnenwebben op het blad en aan gele vlekjes. Vaak de plant besproeien werkt want spint houdt niet van hoge luchtvochtigheid. En anders is er altijd nog de ‘biologische’ bestrijding met ander klein grut zoals de roofmijt.

Vliegjes en wolluis

Rouwvliegjes zijn ook belastend voor de kamerplant. De larfjes van deze vlieg nestelen zich net onder de toplaag van de potgrond. Heb je rouwvliegen, haal dan de eerste vier tot vijf centimeter grond uit de pot en vervang dit door zacht zand. Met wolluis verhoudt de plant zich ook niet goed en helpt sproeien met water. Tot slot de meeldauw: dit is geen beestje maar een schimmel die je herkent als een wit poederlaagje op het blad. Sproeien werkt nu niet, snijd de aangetaste bladeren af en gooi die weg. Zet daarna de plant op een goed geventileerde plek.

Inhoudsopgave: